“Eerlijk zullen we alles delen”

Ik geef toe, het lag me al een hele tijd verwijtend aan te staren. Terug van vakantie, nog een paar vrije dagen en een lege agenda: toen kon ik er niet meer onderuit om het boek “Eerlijk zullen we alles delen, verkenningen naar interoperabiliteit” open te slaan. Dit vuistdikke boek is samengesteld door Sander Zwienink en Pieter Wisse en uitgegeven door het Forum Standaardisatie, ondergebracht bij de GBO.Overheid in december 2008. Het bevat bijdragen van een reeks van auteurs, die hun sporen hebben verdiend bij diverse aspecten van de ontwikkeling van de E-Overheid.

Het netwerkkarakter van de samenleving vraagt om herorientatie op informatieverkeer”, aldus de flap-tekst, waarmee de relevantie voor transactiemanagement direct is geduid. De noodzaak tot interoperabiliteit staat centraal. Wat moet je daarvoor doen. Hoe ga je om met standaarden. Wat doet de overheid wel en niet; wat doet ze goed, of fout. Zij die – zoals ik zelf – menen dat de wereld van de hierarchische sturing, van het “one size fits all”, van de doelgroepen die zich aan de door de overheid bedachte spelregels moeten houden, tot een einde is gekomen, vinden in het boek vele aanknopingspunten. Bij voorbeeld in de bijdrage van Steven Luitjens, directeur van de GBO.Overheid, die het begrip "varieteit" als sleutelwoord definieert voor de ontwikkeling van de E-Overheid: varieteit in begrippen, in macht, in belangen en in aanpak en ontwikkelngsfase. De E-Overheid dient deze varieteit te ondersteunen, of ze zal simpelweg irrelevant zijn (blijven?). Luitjens gaat te rade bij Erasmus, die al in de 16e eeuw formuleerde dat een extreme behoefte aan zelfvoorziening tot verlamming leidt. Hij had het oog op landen, Luitjens past het principe toe op organisaties die met elkaar moeten samenwerken en citeert de verzuchting van de oude Desiderius: “Overlegt u voortaan wat tot de vrede (in de keten-nb) dienen kan en leg u daarop vast.” Een oproep tot ketenoverleg in “koppelzones”? Het lijkt er wel op: “Laat het algemeen belang zegevieren over eigen verlangens. Trouwens, wanneer daarnaar wordt gehandeld, zal het ieder persoonlijk ook beter gaan” Andere interessante bijdragen gaan over:

  • • Het “Deense model” van E-Government, waarnaar vanuit Nederlandse overheidskringen al diverse bedevaarten zijn ondernomen. De crux blijkt te zijn veel ruimte voor aanpakken van onderop. Maar als er dan consensus is, wordt er ook conform gehandeld
  • • De stille kracht van “open standaarden” van Ok van Megchelen, al sinds jaren aan het MC verbonden en ��n van de initiatiefnemers van de activiteiten op het gebied van transactiemanagement. Ok gaat vooral in op de wijze waarop de streepjescode, door Albert Heijn ontwikkeld en gepusht, een wereldwijde standaard �n succesnummer werd
  • • Het “E-leven” van de burger. Olf Kinkhorst beschrijft hierin onder meer hoe in de afgelopen vijf jaar de metafoor van de keten een steeds belangrijker rol is gaan spelen in het Openbaar Bestuur. Op zich begrijpelijk, maar stelt Kinkhorst terecht: “het lijkt wel alsof bepaalde processen zo goed voorspelbaar zijn, dat een aantal organisaties een keten kan vormen voor gezamenlijke dienstverlening. Dat is een misverstand.”

Veel herkenning dus en een onderstreping dat we er weinig mee opschieten om overheidsorganisaties te “ontkokeren” als we ze vervolgens onderdeel maken van een horizontale keten, die even hard “in beton gegoten” is als de vroegere koker. Waar het om gaat is dat organisaties “fit” zijn om tegen minimale transactiekosten vandaag in de ene, morgen in de andere en overmorgen in weer een andere keten te opereren. De “survival of the fitting” dus in plaats van de “survival of the fittest”.

Een exemplaar kan worden besteld via: forumstandaardisatie@gbo.overheid.nl.

Nanko Boerma